Politieke visie
ALGEMENE POLITIEKE BELEIDSVISIE EN DOELSTELLINGEN VAN WEERT LOKAAL

 

I Inleiding

WEERT Lokaal is er voor de gemeente Weert en haar inwoners en streeft er naar haar beleidsprogramma zoveel mogelijk in samenspraak met de burgers van de gemeente Weert op te stellen.

 

De maatschappij is voortdurend in beweging en de politiek beweegt mee. WEERT Lokaal is een dynamische groepering en gaat voortdurend na of en in hoeverre haar visie op de gemeente Weert en haar inwoners bijstelling behoeft en wat er onder de inwoners van Weert leeft. Standpunten en beleidsprogramma zullen op basis hiervan voortdurend worden geactualiseerd.

 

II Wat is en wat wil WEERT Lokaal?

WEERT Lokaal is een lokale politieke groepering die zich vanuit een sociaal-democratische houding onafhankelijk van landelijke politieke groeperingen in alle openheid inzet voor:

• de belangen van de gemeente Weert en een brede harmonische ontwikkeling van Weert als centrumgemeente in Midden-Limburg;

• het belang van alle bewoners van de gemeente Weert in het bijzonder.

 

Vanuit deze algemene politieke beleidsvisie laat WEERT Lokaal zich leiden door:

• relevante ontwikkelingen in de Weerter samenleving,

• de inbreng van wijk- en dorpsraden en andere instanties,

• de wensen en behoeften van individuele burgers, de inbreng vanuit de wijksteunpunten en de Weerter samenleving.

 

III De burger en WEERT Lokaal

Een voortdurende wisselwerking tussen de groepering en de burger is voor WEERT Lokaal van groot belang. De burger staat immers met zijn eigen individuele wensen en behoeften aan de basis van het te voeren beleid, dat op grond van een duidelijke afweging tussen algemeen en bijzonder belang wordt bepaald. WEERT Lokaal biedt de burger daarbij de mogelijkheid om mee te denken en te beslissen en invloed uit te oefenen op het te kiezen en reeds gekozen beleid.

Samenvattend bij WEERT Lokaal staat de burger centraal. WEERT Lokaal ziet de burger derhalve als:

• een cruciaal onderdeel van het algemeen belang,

• een belanghebbende in de afweging tussen het individueel en algemeen belang;

• een individu dat tijdig en in alle openheid wenst te participeren en invloed wenst te hebben op het te formuleren beleid;

• een direct belanghebbende die zitting dient te krijgen in de diverse college commissies;

• een belanghebbende die goed, snel en op maat geholpen dient te worden;

• een burger die zich vertegenwoordigd wenst te zien door WEERT Lokaal.

 

 

IV Uitgangspunten van beleid van Weert Lokaal

De beleidsuitgangspunten van WEERT Lokaal luiden als volgt:

• stelt in haar beleid de burger centraal;

• wenst de solidariteit tussen de burgers van Weert onderling te bevorderen;

• streeft naar een tijdige en volledige inspraak van de burger in de totstandkoming van beleid van WEERT Lokaal in de meest brede zin van het woord;

• staat open voor alle burgers van Weert;

• voert een transparant en rechtvaardig beleid met een pragmatische aanpak en een objectieve benadering;

• tracht de drempel tussen overheid en burger te verlagen;

• staat open voor nieuwe ontwikkelingen en kansen op diverse terreinen;

• voelt zich niet gebonden aan enige richtlijn van landelijke politieke groeperingen en opereert onafhankelijk;

• legt verantwoording af aan haar leden en kiezers middels bijeenkomsten;

• staat open voor een dialoog met andere groeperingen en sluit samenwerking niet uit;

• tracht de burger meer te interesseren en mogelijk te activeren tav. de lokale politiek.

 

V Politieke doelstellingen van WEERT Lokaal

Teneinde vanuit haar algemene beleidsvisie en uitgangspunten de bovengenoemde

doelstellingen te realiseren zal WEERT Lokaal onder andere:

• deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen;

• bestuursverantwoordelijkheid niet uit de weg gaan door zitting te nemen in de gemeenteraad en zijn commissies met gekwalificeerde kandidaten;

• zich cooperatief opstellen bij het formeren van een College voor burgemeester en wethouders en zo mogelijk college-verantwoordelijkheid te nemen, zonder voorbij te gaan aan de door WEERT Lokaal gestelde politieke doelstellingen en uitgangspunten

 

VI Middelen bij invulling van de beleidsvisie van WEERT Lokaal

Bij de invulling van haar beleid hanteert WEERT Lokaal de volgende middelen:

• ondersteuning van individuele burgers door hen bij te staan met raad en daad waar het kan;

• assistentie van een steunfractie en het ambtelijk apparaat;

• organisatie van thema-avonden, spreekbeurten over politieke zaken en andere activiteiten;

• vestiging van wijksteunpunten;

• uitgifte van een verkiezingsprogramma en een informatieblad;

• opstellen van een beleidsprogramma

• periodieke ledenvergaderingen;

• actief opereren naar de pers;

• propagandavoering en voorlichting;

• correspondentie met het college van burgemeester en wethouders en de gemeentera om de inbreng van de standpunten van WEERT Lokaal zo ver mogelijk te doen laten reiken;

• overleg met burgers en wijk- en dorpsraden;

• een actieve inzet van de fractie in de gemeenteraad.

     
VOORONTWERP (DEF)

BELEIDSVISIE GEMEENTERAAD WEERT PERIODE 2002 – 2006

Weert heeft niet alleen een uitstekende ligging, maar tevens uitstekende verbindingen. Beide aspecten hebben er mede toe geleid, dat Weert aantrekkelijk is als woonplaats en als vestigingsplaats voor bedrijven. De potenties die Weert heeft, mogen niet verloren gaan.

Sterker nog: de kansen en mogelijkheden die zich voordoen moeten, weliswaar met een grote mate van zorgvuldigheid, benut worden. Daarom dient Weert bij de provincie een zodanig sterke positie te claimen dat de stad haar rol als centrumgemeente in haar “grenzen overschrijdende” regio kan blijven vervullen en versterken. In dit verband is het van belang om in samenspraak met het maatschappelijke middenveld en in overleg met de omliggende gemeenten een integrale strategische visie op middenlange en lange termijn voor Weert te ontwikkelen.

 

Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Op het terrein van de ruimtelijke ordening betekent dit, dat de rol van de gemeente zich thans niet mag beperken tot concretisering van reeds vastgestelde danwel in voorbereiding zijnde plannen voor gebieden voor woningbouw en bedrijven, maar dat voor de toekomst actief gezocht wordt naar nieuwe gebieden. Ook al moet de prioriteit daarbij liggen bij mogelijke inbreidings- en herontwikkelingsplannen, dan wil dat nog niet zeggen dat daarmee volstaan kan worden. Op basis van onderzoek zal de behoefte aan woon- en werkgebieden voor de lange termijn bepaald worden en in goed overleg met de omliggende gemeenten zullen de noodzakelijke locatiekeuzes gemaakt worden.

 

De tot ontwikkeling te brengen bouwstromen geven invulling aan de in Weert en in de regio levende vraag naar woonruimte in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin. Een vraag die in belangrijke mate mede beïnvloed wordt door al dan niet autonome economische onwikkelingen. Mede om die reden dient er een helder inzicht te bestaan in vraag en aanbod op de woningmarkt en zal samen met de regiogemeenten onderzocht en bepaald worden hoe en waar die vraag ingevuld wordt.

 

Een tweejaarlijks te actualiseren woningmarktonderzoek is dan ook een voorwaarde voor een woningbouwprogrammering en –planning voor de korte en middenlange termijn. Daarnaast moet door middel van onderzoek inzicht verworven worden in de kwantitatieve woningbouwbehoefte op lange termijn.

 

 

Een aantal aspecten vragen bijzondere aandacht en dat zijn:

- Bij nieuwbouw meer sociale woningbouw, zowel in de koop- als huursector;

- Meer rekening houden met jongeren en starters op de woningmarkt;

- Meer mogelijkheden voor woningbouw in de individuele vrije sector;

- Gedifferentieerde woningbouw, ook in Stramproy en in de kerkdorpen;

- Individuele bouwmogelijkheden voor senioren in wijken en dorpen;

- Ontwikkeling van woon/zorgcomplexen verdeeld over Weert;

- Bijzondere woonvormen en projectmatige bouw seniorenwoningen.

 

Indachtig het uitgangspunt “inbreiden gaat boven uitbreiden” wordt er met voortvarendheid gewerkt aan de daadwerkelijke realisatie van de plannen in de gebieden “Beekpoort”, “Stationsstraat”, “Biesterbrug” en “Bloemen”.

Daarnaast moeten de in ontwikkeling zijnde plannen voor de gebieden “Leenhof”, “Zuiderstaat”, “Wilma” en “Biest” op zeer korte termijn in procedure gebracht worden.

Aangezien al deze plannen zich in zeer belangrijke mate kenmerken door de bouw van appartementen en daardoor slechts invulling kunnen geven aan een gering deel van de vraag naar grondgebonden woningen, mag de ontwikkeling van Laarveld niet langer stagneren. Daarnaast is het van belang plannen voor in het bijzonder ook grondgebonden woningen te ontwikkelen voor de gebieden “Sutjensstraat”, “Sportcomplex Leuken”, “Hoolstraat”, “Centrum Noord”, “Dr. Schaepmanstraat” en “MOB-complex”.

 

Bij dit alles mag de aandacht voor de woningbouw in Stramproy en in de kerk-dorpen Altweertheide, Laar, Swartbroek en Tungelroy niet verloren gaan. Ook hier moeten tijdig plannen ontwikkeld worden zodat ook aan de aldaar levende vraag voldaan wordt. Bij het ontwikkelen van deze bouwplannen moet bijzondere aandacht geschonken worden aan het eigen karakter van de dorpen en aan hun ligging in een landelijke omgeving.

 

 

Keent Kiest Kwaliteit

Het project “Keent Kiest Kwaliteit” wordt samen met alle betrokkenen met zorg en de nodige snelheid tot uitvoering gebracht. Het is dan ook van belang dat aan de bewoners van Keent snel helderheid gegeven wordt omtrent hetgeen er wel of niet kan en gaat gebeuren.

 

Hoogste prioriteit wordt daarbij gegeven aan de aanpak van de sociaal- maatschappelijke problematiek, waarbij het streven zich in het bijzonder dient te richten op een meer evenwichtige samenstelling van de bevolking en aan het oplossen van de huidige onderwijsproblematiek, dit onder andere door middel van de bouw van een brede school op een daartoe geschikte en haalbare locatie.

 

Daarnaast richt de aandacht zich op het realiseren van een multifunctionele wijkaccomodatie al dan niet door herbestemming van de basisschool Keent aan het Kerkplein.

Ook het Kerkplein en directe omgeving zelf vragen om een snelle vernieuwingsimpuls door onder andere sloop van de noodkerk (Yamanota) en de Agnesschool aan de Kerkstraat, gevolgd door vervangende nieuwbouw.

 

De noodzakelijke stedelijke vernieuwing vindt verder plaats door middel van nieuwbouw al dan niet voorafgegaan door noodzakelijke sloop in de gebieden “Zuiderstraat”, “Sutjensstraat” en “Serviliusstraat” en omgeving. Daaraan wordt de herinrichting van de openbare ruimte, in het bijzonder de stenige straten en de openbare groen- en speelvoorzieningen, gekoppeld.

 

Plan Gordijn

Op korte termijn moet er duidelijkheid komen met betrekking tot de plannen op zowel de lokatie sportpark St. Theunis als de lokatie Bisschoppelijk College. Die duidelijkheid is niet alleen nodig voor de initiatiefnemers maar misschien nog wel meer voor het Bisschoppelijk College, de KMS, Tuinpark Lamershof, Scouting Keent-Moesel, TC Van Horne, de op sportpark St. Theunis gevestigde sportverenigingen en zeer zeker ook voor de bewoners in de directe omgeving.

 

Inhoudelijk krijgt het plan veel waardering. Concretisering ervan vergt, naast een toetsing van de plannen aan door de gemeente onder andere op het gebied van sport en onderwijs vast te stellen behoeften, een duidelijke en heldere belangenafweging en bovendien een voor de gemeente financieel gezonde basis. Bij dit alles mogen geen onnodige risico’s gelopen worden. Met Tuinpark Lamershof zal overeenstemming bereikt moeten worden over een geschikte vervangende locatie alsmede de gevolgen daarvan. Ook mogen de plannen niet ten koste gaan van de in de stadsdelen Weert-Noord, Weert-Oost en Weert-Zuid noodzakelijke sportaccomodaties.


Economisch beleid

Wil Weert haar rol als centrumgemeente in de zowel provincie- als landgrens overschrijdende regio kunnen vervullen dan zal er op korte, middenlange en lange termijn sprake moeten zijn van een sterke, gezonde en vooral ook evenwichtige economische structuur. Immers, de uit die structuur voortvloeiende werkgelegenheid is medebepalend voor de welvaart en het welzijn van de inwoners van zowel Weert als van de regio waarin Weert haar rol als centrumgemeente daadwerkelijk dient te vervullen.

Bovendien vormt die structuur een voorwaarde voor een goed sociaal beleid en draagt zij bij aan het instandhouden van het voorzieningenniveau en aan de noodzakelijke sociale cohesie.

 

De kansen die Weert daarvoor krijgt dienen benut te worden en naar nieuwe en vernieuwende mogelijkheden dient actief gezocht te worden.

 

De onlangs door de Kamer van Koophandel Noord- en Midden Limburg, de LOZO en de LWV gepresenteerde nota “Een hoge dunk voor het Land van Weert en Cranendonck” vormt een goede basis om samen met het bedrijfsleven en andere partners inhoud te geven aan een beleid dat zich richt op een nader te bepalen selectieve, op noodzakelijke kwaliteit en kwantiteit gerichte, groei van de regionale economie.

 

Concretisering van de taakstelling op economisch terrein vindt plaats door het op interactieve wijze samen met de regiogemeenten ontwikkelen van beleids-visies op de volgende gebieden:

- Regionale arbeidsmarkt

arbeidsmarktonderzoek

- Onderwijsvoorzieningen

onderzoek naar opleidingsbehoeften

- Regionale bedrijventerreinen

revitalisering bestaande en planning/aanleg nieuwe terreinen, acquisitieplan
- Regionale detailhandel

perifere detailhandel, versterking kernwinkelapparaat
- Regionale infrastructuur

oplossen knelpunten, bereikbaarheid centrum, problematiek IJzeren Rijn
- Volkshuisvesting

woningbouwprogrammering op basis van woningmarktonderzoek

- Toerisme en recreatie

ontwikkelen toeristisch recreatief product, extensieve dagrecreatie

Reconstructie platteland

Ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het platteland werkt de gemeente actief mee aan de opstelling en realisatie van zogenaamde gebiedsplannen. Binnen de reconstructiekaders dienen zich nieuwe perspectiefvolle toekomstmogelijkheden aan voor zowel de blijvers als degenen die een verbreding van hun activiteiten willen realiseren op het gebied van natuurbeheer, recreatie en toerisme.

Dit betekent dat door de gemeente een visie ten aanzien van de in gang gezette reconstuctie platteland moet worden ontwikkeld. De oprichting van een agrarisch bedrijvencontactpunt is een middel om de gewenste ontwikkeling te stimuleren. Een herziening van het bestemmingsplan buitengebied is daarbij niet uitgesloten.

 

Bestuurlijke samenwerking

De gemeente Weert kan niet los gezien worden van haar omgeving en besluiten van hogere overheden en van de besturen van omliggende gemeenten hebben hun invloed op de wijze, waarop Weert haar rol in de regio moet en kan vervullen. Om die reden moet er sprake zijn van een open communicatie met die andere overheden op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau.

Ook dient Weert bij de uitoefening van de haar opgedragen taken samenwerking met de gemeenten in de regio na te streven en moet in gezamenlijkheid gezocht worden naar de meest adequate oplossing van de zich aandienende problemen. De schaal waarop samengewerkt wordt kan daarbij verschillend en zelfs “grenzen overschrijdend” zijn (onder andere met Cranendonck, Nederweert, Maasland-gemeenten, Kinrooi, Bocholt en Bree). Mocht de op handen zijnde herindeling van een aantal Midden-Limburgse gemeenten daartoe aanleiding geven of mocht er anderzijds aanleiding toe bestaan, dan wordt een fusie met andere gemeenten, in het bijzonder Nederweert en Hunsel, niet uitgesloten.

 

Bestuurlijke vernieuwing

Het streven is er op gericht het duale stelsel reeds met ingang van het begrotingsjaar 2003 volledig in te voeren. Daartoe moet de raad dan wel over het noodzakelijke instrumentarium kunnen beschikken. Hiertoe wordt op korte termijn een plan van aanpak met een daaraan gekoppeld tijdpad vastgesteld, een invoeringsprogramma opgesteld en inzicht in de daaruit voortvloeiend kosten gegeven.

 

De status en de positie van de wijk- en dorpsraden en de daaruit voortvloeiende taken en bevoegdheden worden in goed overleg met die raden duidelijk te vastgelegd. Uitgangspunt daarbij is dat deze raden zich kenmerken als representatief voor de inwoners van wijk of dorp. De samenstelling ervan dient dan ook op een democratische wijze te geschieden.

 

Het overleg met de burger wordt verbeterd, dient open te zijn en heeft meer het karakter van een dialoog. De taal die daarbij door de overheid zowel in woord als in geschrift gebruikt wordt, moet voor de burger begrijpelijk zijn. Met het oog op een goede dienstverlening aan zowel burger als bedrijfsleven wordt grote waarde toegekend aan het ontwikkelen en toepassen van een kwaliteitshandvest.

 

Inzet en gebruik van moderne communicatiemiddelen is van belang zowel in het kader van informatieverstrekking naar die burger (gemeentelijke site) als in het kader van de gemeentelijke dienstverlening via internet.

 

Nog in de loop van het huidige begrotingsjaar wordt een voorstel tot het instellen van een jongerenraad ingediend. Dit voorstel gaat in op de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van die raad, is vergezeld van een communicatie- en voorlichtingsplan en geeft inzicht in de uit dit alles voort-vloeiende kosten.

 

Openbare orde en veiligheid

Zowel in het kader van het gevoel van veiligheid als dat van daadwerkelijk optreden dient de politie beter bereikbaar en meer zichtbaar op straat aanwezig te zijn.Het inzetten van gebiedsmentoren (politie) alsmede van BOA’s (Buitengewone Opsporings Ambtenaren) en toezichthouders (Stadstoezicht) kan hieraan bijdragen. Dat geldt zeker ook voor het op wijkniveau ingevoerde zogenaamde “Tjakka-overleg”.
Helaas kan dat niet gezegd worden van de opdeling van Weert over twee basiseenheden. Die moet in goed overleg met enerzijds de gemeenten Nederweert, Hunsel en Meyel en anderzijds de politie regio Limburg-Noord zodanig gecorrigeerd worden dat het hele Weerter grondgebied weer onder één basiseenheid valt.

Om te voldoen aan de wens van zowel ondernemers als burgers tot meer toezicht op straat, waardoor het gevoel van veiligheid en daardoor ook de sfeer en de verblijfsvriendelijkheid van de openbare ruimte in zowel het centrum als in de woongebieden kunnen toenemen, alsmede als gevolg van uitbreiding en intensivering van taken van de afdeling Stadstoezicht, is een al dan niet gefaseerde uitbreiding van het aantal BOA’s bij de afdeling Stadstoezicht gewenst zo niet noodzakelijk. Dit kan echter niet zonder extra geldmiddelen.

 

Daar waar de uitoefening van veel van deze taken kan en ook zal leiden tot extra inkomsten (boetes) voor het rijk, is het redelijk dat ook de kosten daar terechtkomen. Een andere optie is dat niet alleen de kosten maar ook de inkomsten naar de gemeente gaan.

Dit laatste zou kunnen door een verdere fiscalisering van verkeersboetes (fietsen op promenade, parkeerovertredingen, snelheidsovertredingen) en boetes als gevolg van overtredingen van in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) opgenomen bepalingen. Teneinde dit te bewerkstelligen dient de gemeente in samenwerking met anderen via de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) actief te handelen en druk uit te oefenen op de Rijksoverheid.

Gezien de recentelijke ontwikkelingen met betrekking tot een derde coffeeshop en gezien het feit dat de aanwezigheid in Weert van slechts twee coffeeshops voldoende blijkt te zijn, wordt afgezien van de mogelijkheid tot vestiging van een derde coffeeshop in de Weerter binnenstad. Daarentegen moet wel hard worden opgetreden tegen het gebruik van harddrugs in de horeca.

Bij het nog langer uitblijven van een horecaconvenant wordt er door de overheid duidelijkheid gegeven door de sluitingstijden voor zowel de droge als natte horeca opnieuw vast te stellen. Naast een vast sluitingsuur zou een verlenging op donderdag, vrijdag en zaterdag mogelijk moeten zijn onder nader op te stellen voorwaarden.

Een van die voorwaarden moet een financiële bijdrage in de kosten van de noodzakelijk geachte stewards zijn. Bij een door de gemeente vast te stellen sluitingstijd gaan de gedachten uit naar een proef met een duur van een jaar die er als volgt uitziet:

Reguliere sluitingstijd natte en droge horeca op donderdag, vrijdag en zaterdag om 02.00 uur. Zondag tot en met woensdag 01.00 uur.

Verlengingsmogelijkheid (donderdag, vrijdag, zaterdag) voor de droge horeca: maximaal 1 uur.

Verlengingsmogelijkheid (donderdag, vrijdag, zaterdag) voor de natte horeca: onbeperkt onder voorwaarde dat na 02.00 uur geen nieuwe gasten meer mogen worden binnengelaten.

Als bijzondere voorwaarde voor zowel de droge als de natte horeca geldt dat aan deze verlengingsmogelijkheid een verplichte bijdrage verbonden is aan een in te stellen stewardpool, bij de berekening waarvan zowel het aantal gewenste verlengingsuren als de mogelijke bezoekersaantallen van een etablissement deel uitmaken van een nader vast te stellen rekenformule.

Onderwijs

Nog in 2002 wordt een aanzet gegeven voor het opstellen van een brede inte-grale lokale onderwijsvisie, welke zich uitstrekt over het gehele onderwijsveld en waarbij rekening wordt gehouden met aspecten als leefomgeving, veiligheid, sociale zorg en welzijn.

Het behoud van het basisonderwijs in wijken en dorpen vormt het uitgangspunt bij het onderwijshuisvestingsbeleid. Daar waar mogelijk wordt een combinatie met andere wijkvoorzieningen nagestreefd.

Zonder te kort te willen doen aan het recht van de ouders / opvoeders om zelf de onderwijsrichting te kunnen bepalen, wordt bij het onderwijshuisvestingsbeleid als uitgangspunt genomen, dat de in een wijk of dorp wonende leerlingen in die wijk of in dat dorp onderwijs moeten kunnen volgen. Bovendien moet het beleid er op gericht zijn dat kinderen uit een en hetzelfde gezin naar een en dezelfde school kunnen gaan en op die school alle groepen kunnen doorlopen. Voor het huidige lokalentekort van de openbare basisschool Molenakker betekent dit dat het totaal in de wijk Molenakker te stichten aantal lokalen moet kunnen voldoen aan de aan de wijk Molenakker gerelateerde vraag.

De op basis van de buiten de wijk Molenakker komende vraag resterende behoefte aan lokalen wordt vooralsnog opgelost door een snelle vestiging van een volwaardige schoolvoorziening op de Biest (8 groepen). Voor de lange termijn moet samen met het bijzonder onderwijs in Weert-Oost aan een definitieve oplossing gewerkt worden.

Voor de drie wijken Centrum, Groenewoud en Biest wordt ingestemd met de vestiging van een nieuwe brede bijzondere school ter vervanging van de scholen in het Centrum, op de Biest en in Groenwoud, waarbij de voorkeur voor vestiging uitgaat naar de lokatie “hoek Maaslandlaan/Graafschap Hornelaan”.

De eisen uit het bedrijfsleven moeten een leidraad zijn voor het lokale beroepsgerichte onderwijsbeleid. Het huidige schrale aanbod op zowel mbo- als hbo-niveau sluit niet aan bij de centrumfunctie die Weert vervult. Het lokale beleid moet er dan ook op gericht zijn het onderwijsaanbod in samenwerking met daarvoor relevante onderwijsinstellingen op een hoger niveau te brengen.

Het onderwijsachterstandbeleid moet zich primair richten op de kennis-ontwikkeling van de Nederlandse taal van allochtone kinderen vanaf de jongste levensfase.

De haalbaarheid van een optrekken tot de leeftijd van 14 jaar van de buitenschoolse opvang wordt onderzocht; een en ander in combinatie met een capaciteitsuitbreiding bij de peuterspeelzalen en de voor- en naschoolse opvang.

Verkeer en Vervoer

In het kader van de verkeersveiligheid gaat de aandacht primair uit naar de meest kwetsbare groepen verkeersdeelnemers. Voor de fietsers vraagt dat om verkeersveilige school- en fietsroutes in en tussen de wijken en dorpen enerzijds en van en naar het centrum anderzijds. Teneinde het gebruik van de fiets te bevorderen verdient het aanbeveling de bewaakte fietsenstalling in de Hegstraat te overkappen en zo nodig uit te breiden en te komen tot een herinrichting van de fietsenstalling bij het station.

De invoering van de 30-km zones in de wijken Keent, Moesel, Groenewoud, Biest en Boshoven wordt op korte termijn geëvalueerd en zo nodig dient naar nieuwe creatieve oplossingen gezocht te worden.

Voor de binnenstedelijke verkeersknelpunten “Stationsplein” en “Bassin” worden op korte termijn oplossingsrichtingen aangedragen op basis waarvan nog in deze raadsperiode definitieve herinrichtingsplannen vastgesteld en uitgevoerd kunnen worden.

 

 

Samen met de provincie als wegbeheerder van de Roermondseweg voor zover gelegen buiten de bebouwde kom zal er onderzoek verricht moeten worden naar de mogelijkheden voor de aanleg van een vervangende Roermondseweg. De voorkeur gaat daarbij uit naar het tot stand brengen van een nieuwe verbinding tussen de industriegebieden Graafschap Hornelaan/ Leuken Noord en de Roermondseweg via het gebied Leuken-Oost.

Speciale aandacht moet geschonken worden voor het Oost-West verkeer. De nu reeds in Nederweert aanwezige verkeersproblemen als gevolg van de te beperkte doorstromingscapaciteit voor het verkeer richting Helmond en Venlo vragen om een oplossing op korte termijn. Ook de ontsluiting richting België vraagt om maatregelen op zowel Nederlands als Belgisch grondgebied. In beide gevallen moet samen met de buurgemeente en de provincie als wegbeheerder naar structurele oplossingen gezocht worden en op maatregelen aangedrongen.

Teneinde ook op langere termijn in de Weerter binnenstad te beschikken over voldoende betaalbare openbare parkeervoorzieningen moet daarin in samenhang met grootschalige binnenstedelijke bouwprojecten voorzien worden. Te denken valt hierbij aan het thans actuele plan “Beekpoort” en aan toekomtige plannen in het gebied “Wilhelminaplein”.

Nog in de loop van dit begrotingsjaar moeten voorstellen gedaan worden met betrekking tot de invoering van lokaal openbaar vervoer in het stedelijk gebied van Weert. Daarnaast dienen de mogelijkheden tot uitbreiding van dit vervoer naar de kerkdorpen alsmede die van regionaal vraagafhankelijk collectief vervoer nader onderzocht te worden.
Het tweesporenbeleid met betrekking tot de IJzeren Rijn wordt voortgezet. Zolang de reactivering van deze spoorlijn geen meerwaarde heeft voor Weert en slechts een bedreiging vormt voor leefklimaat, recreatie, natuur en veiligheid zal het beleid zich richten op het voorkomen van deze reactivering. Mocht de reactivering een feit worden dan dient het beleid zich tijdig te richten op de noodzakelijke beschermde en compenserende maatregelen. Een onderzoek naar een alternatieve goederenlijn buiten het stedelijk gebied van Weert om, verdient nu reeds aanbeveling.
Openbare ruimte
De reeds eerder in gang gezette gefaseerde revitalisering van de Weerter binnenstad zal gecontinueerd worden, waarbij het tempo in principe bepaald wordt door de mate waarin het fonds Stadsuitleg middels verkoop van bouwgronden gevoed wordt. Zolang de revitalisering niet heeft plaatsgevonden wordt extra aandacht aan het onderhoud besteed.

Ook het Kerkplein in Stramproy vraagt om een snelle herinrichting. Dit is eerst mogelijk nadat duidelijkheid verkregen is omtrent de tot ontwikkeling te brengen bouwplannen. In dit kader dient onderzocht te worden in hoeverre de herinrichting van het Kerkplein inclusief de noodzakelijke aanvullende verkeersremmende maatregelen op de Fr. Strouxstraat vooruit kan lopen op de realisering van de bouwplannen.

Na jaren van discussie wordt het hoog tijd dat met de planvoorbereiding voor de realisatie van het Stadspark een aanvang gemaakt wordt. Op basis van een te ontwikkelen totaalvisie kan dan overwogen worden de realisatie te faseren zodat er gewerkt kan worden aan de noodzakelijke bedrijfsverplaatsing en tegemoet gekomen kan worden aan de door de wijkraden van de Biest en de binnenstad geuite wens tot kwaliteitsverbetering van het huidige park.

Teneinde de woon- en leefkwaliteit te vergroten wordt meer geïnvesteerd in het onderhoud en zo nodig in de ombouw van het openbaar groen. Daarnaast wordt in 2003 onderzoek verricht naar de voor- en nadelen in kwalitatieve zin van het uitbesteden van dit onderhoud versus het onderhoud in eigen beheer.

Sociaal-maatschappelijk beleid

Het sociaal beleid van de gemeente Weert dient zich te kenmerken door een grote mate van ruimhartigheid. Dat geldt niet alleen voor de wijze waarop aan het rijksbeleid inhoud wordt gegeven, maar en misschien nog wel meer ook voor de wijze waarop de gemeente omgaat met haar eigen beleidsvrijheid.

Het sociaal beleid moet zich daarbij niet enkel beperken tot het verstrekken van uitkeringen, maar vooral ook gericht te zijn op inspanningen om mensen die daartoe in staat zijn aan een baan te helpen.

De regeling ID-banen, de WSW en WIW zijn daarbij zeer bruikbare instrumenten maar toepassing ervan alleen is niet voldoende. Het laten doorstromen naar een reguliere baan met een normaal loon bij overheid of anderszins moet het uiteindelijke doel zijn.

 

Een bijzonder aspect van sociaal beleid vormt het onderdeel huisvesting. In alle wijken en dorpen moet sprake zijn van voldoende aanbod in zowel de sociale- huur en koopsector. Dat geldt niet alleen voor de bestaande woningvoorraad, maar ook voor nog te bouwen woningen.

 

De realisatie van een maatschappelijke opvangvoorziening in Weert laat te lang op zich wachten. Dat geldt niet alleen voor een nachtopvang voor dak- en thuislozen, maar misschien nog wel meer voor een dagopvang voor drugsverslaafden. Door het realiseren van een gebruikersruimte wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan de bestrijding van de ook in Weert aanwezige overlast, maar ontstaat tevens een mogelijkheid om door middel van aan te bieden activiteiten samen iets aan de uit drugsgebruik voortvloeiende maatschappelijke problematiek te doen.

 

Bij een uitblijven van een bijgesteld rijksbeleid met betrekking tot de inkomens van minima dient, wanneer het gaat om het invulling geven aan een eigen minimabeleid, overwogen te worden ten behoeve van hen, die niet in staat zijn door het verrichten van arbeid een eigen inkomen te verwerven, de normgrens van 110% van het bijstandsniveau al dan niet gefaseerd op te trekken naar 115% en/of de gemeentelijke bijdragen vanuit het minimabeleid in positieve zin bij te stellen.

 

In het kader van het ouderen en gehandicaptenbeleid dient er een zogeheten één-loket functie te komen, waar ouderen en gehandicapten alsook de mantelzorgers met al hun vragen terecht kunnen. Daarvoor zal de gemeente zich, ook in financiële zin inspannen.

 

Bijzondere aandachtsvelden

Een tweetal zaken vragen bijzondere aandacht van de gemeentelijke overheid. Op de eerste plaats is dat de integratie van de allochtonen in de Weerter samenleving.

Dat is niet alleen een zaak van de allochtonen zelf of alleen afhankelijk de houding van het autochtone deel van de Weerter samenleving, maar zeer zeker ook een zaak van de lokale overheid. Die zal sturing moeten geven aan een adequaat integratieproces en de daarvoor noodzakelijke middelen op vele beleidsterreinen (inburgering, onderwijs, sport, cultuur, arbeid, huisvesting) ter beschikking moeten stellen.

 

Een tweede aspect dat bijzondere aandacht vraagt is de vergrijzing.

Ofschoon vergrijzing een onomkeerbaar natuurlijk proces is, hoeft dit niet a priori gezegd te worden van de gevolgen van die vergrijzing. Die gevolgen die kunnen liggen op zowel het sociaal-economische vlak, het welzijnsvlak, het gezondheidsvlak als het voorzieningenvlak dienen in kaart gebracht te worden en zullen via de relevante beleidsterreinen extra aandacht moeten krijgen.

Het in dit kader te ontwikkelen beleid zal een antwoord moeten geven op nu reeds levende en in de toekomst nog opkomende vragen en moet als doel hebben ongewenste ontwikkelingen te voorkomen dan wel tijdig bij te sturen. Inschakeling van een terzake deskundige denktank kan een goede start vormen voor deze noodzakelijke beleidsontwikkeling.

 

Kunst en cultuur

Weert dient haar rol als centrumgemeente ook op het gebied van cultuur te blijven vervullen en het belang daarvan te onderkennen. Daarbij dient bijzondere aandacht uit te gaan naar de jongeren, zodat deze meer dan thans met kunst en cultuur in contact gebracht worden.

Jaarlijks dient er in goed afstemmingsoverleg met de instellingen een actieplan voor kunst en cultuur te worden afgestemd en er zal bij evenementen met de nadruk op cultuur een betere coördinatie dienen plaats te vinden.

 

Wanneer zich in de toekomst kansen voordoen de beide gemeentelijke musea samen te voegen tot één museum, waardoor de bij de gemeente aanwezige collecties nog beter tot hun recht kunnen komen, dienen de zich aandienende mogelijkheden op basis van een zorgvuldige afweging beoordeeld en zo mogelijk ook aangegrepen te worden.

 

Bij verbouw of eventuele nieuwbouw van het gemeentehuis zal bijzondere aandacht geschonken moeten worden aan een adequate huisvesting van het gemeentearchief en zal in de tot ontwikkeling te brengen plannen een voldoende op kwaliteitseisen gebaseerde expositieruimte moeten worden opgenomen.

 

Bij inbreidingsplannen, zowel in de Weerter binnenstad als op de dorpen, zal rekening gehouden moeten worden met aanwezige voor de bouwlokatie relevante kennis de bouwhistorie. In dit verband is het van belang, dat er op korte termijn duidelijkheid komt met betrekking tot in Weert mogelijke beschermde stads- of dorpsgezichten.

 

Subsidiebeleid

Het huidige subsidiebeleid dient te worden heroverwogen op basis van de aspecten doeltreffendheid en doelmatigheid. Daarbij worden dan voor iedereen duidelijke en transparante criteria ontwikkeld en zullen de beleidsdoelen zowel voor subsidiënt als ontvanger helder voor ogen moeten staan. In het bij te stellen subsidiebeleid moet in ieder geval met onderstaande voorwaarden rekening gehouden worden:

- subsidie moet bijdragen aan de realisatie van beleidsuitgangspunten;

- voor minder-draagkrachtigen zullen beperkingen voor deelname moeten worden weggenomen;

- deelname van jongeren dient gestimuleerd te worden;

- verbrokkeling van activiteiten moet voorkomen en gemeenschappelijk gebruik van accommodaties bevorderd worden.

 

De ondersteuning van het van essentieel belang zijnde vrijwilligerswerk moet verder tot ontwikkeling worden gebracht.

De aanwezige en nog te stichten wijkaccommodaties moeten op de voor het voortbestaan ervan noodzakelijke ondersteuning kunnen rekenen, zodat deze hun faciliterende rol voor het welzijnswerk, zonder concurrentievervalsend te worden, kunnen blijven verrichten.

 

 

 

Huisvesting

De ambtelijke organisatie dient te beschikken over een adequate huisvesting waardoor deze de haar opgedragen taken op een verantwoorde wijze kan ver-vullen. Dit geldt zowel voor het personeel op het stadhuis, het personeel van de buitendienst als het personeel van de gemeentelijke brandweer.

 

Bij de keuze voor verbouw dan wel nieuwbouw van het stadhuis dient een zorgvuldige afweging gemaakt te worden van de aan de beide varianten verbonden voor- en nadelen en mogen de zaken niet florisanter worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn.

Dat geldt in het bijzonder voor de verbouwingskosten waarvan in zijn algemeenheid in de praktijk te vaak blijkt dat deze te rooskleurig worden ingeschat.

 

Bij het opstellen van programma’s van eisen voor zowel een nieuwe huisvesting van de buitendienst als een nieuwe brandweerkazerne dient, zonder te kort te willen doen aan eisen van veiligheid en functionaliteit, de nodige soberheid en terughoudendheid in acht genomen te worden.

 

Financiën

Het in de afgelopen raadsperiode in gang gezette proces van bewustwording van zowel bestuur als organisatie van het belang van de financiële functie moet worden voortgezet. Een strenge begrotingsdicipline is daarbij noodzakelijk en met de verbetering van de planning en control cyclus alsmede van het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet worden doorgegaan.

 

Alvorens realisatie van voorgenomen beleid mag leiden tot verdergaande lastenverhogingen voor de burger, zal eerst onderzocht moeten worden of binnen de bestaande financiële ruimte middelen vrijgemaakt kunnen worden om nieuwe lasten te kunnen opvangen.

Dat betekent dat alle door de gemeente uit te voeren taken en de daaruit voortvloeiende lasten periodiek op hun effectiviteit (doelmatig- en doel-treffendheid) getoetst dienen te worden. Daartoe dient met name de concern-controlfunctie versterkt te worden.

 

De jaarlijkse lastenverhogingen mogen geen sluitstuk zijn of worden van de begroting. Dat geldt zowel voor de OZB als voor de riool- en reinigingings- rechten en de legesheffingen. De laatste twee dienen overigens wel zo veel mogelijk kostendekkend zijn.

 

Zonder nieuw beleid zal geen sprake mogen zijn van een verdergaande ver-hoging van de belasting dan een jaarlijkse inflatiecorrectie. Voor nieuw of geïntensiveerd beleid is mogelijk meer geld nodig, hetgeen kan leiden tot een noodzakelijke verdergaande verhoging. Ook hieraan zijn echter grenzen.

 

Vooralsnog wordt ervan uitgegaan, dat een verdere verhoging van 4% vol-doende moet zijn. Mochten de hieruit voortvloeiende extra middelen niet toereikend zijn dan zullen, alvorens een verdere verhoging bespreekbaar is, gemaakte keuzes moeten worden heroverwogen dan wel naar andere wegen gezocht moeten worden om de lasten op te vangen (bezuinigingen, faseringen).

 

 

Weert, 10 april 2002.

 

 

Samenstellers vertegenwoordigers van D66, VVD, WAP en Weert Lokaal.

powered by DICO © 2006-2012 DigiBit